PASCAL 1 boekt eerste overwinning


Dinsdag 24 november speelde het 1e team van PASCAL haar 3e wedstrijd in de Rotterdamse schaakbond. We moesten thuis aantreden tegen het 2e team van CSV uit Capelle a/d IJssel. Omdat de eerste 2 wedstrijden werden verloren, moest deze worden gewonnen om mee te blijven doen. Dit lukte tegen een op papier iets zwakkere tegenstander.

Op bord 7 speelde invaller Jo Pattinama met zwart tegen Johan Bos. Na de opening kwam er een vrij symmetrische stelling op het bord met weinig kansen voor beiden. Er werd tot remise besloten. Stand: 0.5 – 0.5

Teus Dekker (1989 elo-rating) speelde op bord 2 met wit tegen Arjan Terlouw (1849) een zeer aanvallende partij. Hij won een loper, maar daardoor kwam de koning op h1 helemaal bloot te staan en verkreeg zwart ook nog eens 2 verbonden vrijpionnen. De tegenstander kon hier echter niet van profiteren want het initiatief kwam geheel bij wit te liggen. Teus ruilde naar het eindspel de 2 torens tegen de dame en een pion en voerde de partij naar winst. Stand: 1.5 – 0.5

Op bord 5 speelde Cor Oliemans (1887) met zwart tegen Rob vd Bosse (1708). In het eindspel offerde Cor de loper voor de aanval met Dame/toren tegen Dame/Toren/Paard, maar moest berusten in remise. Stand: 2 – 1

Peter boekt zijn derde overwinning2

Peter is topscorer met 2½ uit 3.

Op bord 1 gebruikte Peter Kuijpers (2093) met zwart tegen Jaap Rusch (1921) veel tijd en stond op een moment 50 minuten achter. In het eindspel waren er voor beiden kansen. Toen Peter een vrijpion naar de 4e rij bracht gaf de tegenstander op terwijl de koning nog gewoon in het vierkant stond. Een duur rekenfoutje. Stand: 3 – 1

Bert Terlouw (1898) speelde op bord 4 met wit tegen Jan ten Brinke (1712) een rustig opgebouwde aanval en zette de tegenstander onder druk. Hij offerde een kwaliteit, won 2 pionnen en leek op de winst af te stevenen. Maar de tegenstander kon nog net met Paard en Toren eeuwig schaak geven. Stand: 3.5 – 1.5

Op bord 8 speelde Chris Korteweg (1653) met wit tegen Thomas Herrewijn (1663) een mooie aanvallende partij. Met de loper werd de rokade verhinderd en stoomde hij met een pion op de koningsstelling af. In het eindspel waren er vele wegen voor de zege, maar die wilde de tegenstander wel bewezen laten worden. Stand: 4.5 – 1.5 en daarmee was de winst van de wedstrijd binnen.

Op bord 6 speelde Kees Brinkman (1809) met wit tegen Hans Blokland (1663). In een mooie spannende partij haalde Kees uiteindelijk de winst binnen. Stand: 5.5 – 1.5

Als laatste beëindigde Meinte Smink (1900) met zwart tegen Richard van Herk (1836) op het 3e bord zijn partij. Er ontstond een toreneindspel waar Meinte door de laatste loper te ruil aan te bieden voor zichzelf een geïsoleerde pion creëerde. Dit bood kansen, maar ook tegenkansen. De tegenstander maakte hier goed gebruik van en dwong Meinte uiteindelijk tot opgeven. Hiermee kwam de eindstand op 5.5 – 2.5.

(met dank aan Arie Prins)